fbpx

Marc Chagall

Nadat Marc Chagall (1887-1985) op de basisschool kennis maakte met tekenen, kreeg hij vanaf 1906 schilderlessen van de lokale kunstenaar Joeri Pen. Zijn moeder stimuleerde zijn kunstzinnige ambities en een paar maanden later, in 1907, vertrok hij naar Sint-Petersburg om daar te studeren aan de kunstacademie onder leiding van Nikolai Roerich. Van 1908 tot 1910 studeerde hij onder leiding van Léon Bakst aan de Kunstacademie Zvantsevas. Bakst stond aan het begin van een carrière als decorontwerper. In 1910 verhuisde Chagall naar Parijs. Na anderhalf jaar door te hebben gebracht in kamers in Montparnasse, verhuisde hij naar “La Ruche”, een ateliercomplex aan de rand van de stad waar de kunstenaars woonden. Hij raakte bevriend met een aantal avant-gardistische dichters en jonge kunstenaars waaronder Guillaume Apollinaire, Robert Delaunay en Fernand Léger. Deze periode wordt vaak zijn beste periode genoemd met werken als “I and the Village” (“Ik en het dorp”), dat in het Museum of Modern Art in New York hangt. Dit werk is qua vorm een mengelmoes van expressionisme en kubisme.

Zijn werk wordt vaak geassocieerd met het surrealisme. Maar eigenlijk valt zijn werk onder verschillende stromingen al maakt het nergens helemaal deel van uit. Chagall heeft een hele eigen stijl die dromerig aan doet. Hij haalde zijn inspiratie uit de Russische volkskunst en het volksleven, zijn herinneringen aan zijn jeugd en de rol van het Jodendom hierin. Hij combineerde elementen hiervan met onder andere de moderne stijlen die hij uit Parijs kende. Zijn werk laat sporen van het expressionisme, kubisme en fauvisme zien. Tevens beeldde hij met grote regelmaat Bijbelscènes af.

Zijn jeugd is een terugkerend thema in zijn werk. De rabbi’s, geitjes en muzikanten die in zijn schilderijen figureren, vinden daar hun oorsprong. Chagalls werk is zeer uitbundig van kleur. Picasso zei eens over hem ‘de enige kunstenaar die nog weet wat kleur is’.