Floor van Keulen
Eind jaren zeventig zag ik Floor van Keulen werken in een lage, schemerige ruimte onder de museumtrap in Eindhoven. Smal en voorzichtig bewoog hij zich voor de muur, alsof hij prevelend schilderde. Hij had geen ontwerp; het trillende penseel zocht zijn weg alsof de lijnen zelf besloten waar ze heen wilden.
Floor schilderde niet op de muur maar in de ruimte, vrij van het schema dat een doek met zijn randen en middelpunt altijd oplegt. Zoals Pollock zich van het schilderij bevrijdde door eromheen te lopen, zo wilde Floor de vormloosheid zelf laten ontstaan: woekeringen die nergens beginnen of eindigen en zich niet laten begrenzen. Zijn muurschilderingen groeiden als fragmenten zonder vaste omtrek, alsof ze elders weer konden verdergaan.
Wat hij maakte was intuïtief, bijna performatief: poppetjes, krullen, ornamenten, verwarde kleurflarden die soms abstract werden maar altijd iets figuurlijks hielden. Een zwerm van beweging, een kleine commedia dell’arte die op de muur opdook als groeiende wolken.
Rudi Fuchs



