De Zaanstreek in 1967 - origineel

Cartografie
€49,90
Deze wil ik
Artikelnummer: 22640

Kunstenaar: Cartografie


Afmetingen 72 × 96 cm
Techniek

Offset

Materiaal

Op papier

Jaar

1967


De originele 8-kleuren offsetdruk van de kaart van De Zaanstreek uit 1967 in frisse heldere kleuren. Plattegrond van de Zaanstreek in vogelvlucht getekend met ontzettend veel details. Meerdere exemplaren beschikbaar, maar op is op. Cartografie F.W. Michels Amsterdam - Uitgave Pro Juventute Zaandam - Produktie Meijer Pers n.v. Wormerveer. Deze kaarten zijn beschikbaar gesteld en de opbrengst komt deels ten goede aan een nog nader te bepalen goed doel. Gezien de ouderdom van de kaart (55 jaar) en zwaarte van het gebruikte papier kunnen er kleine kreukjes of scheurtjes aan de zijkanten bevinden. Echter is de afbeelding van zeer goede kwaliteit en zullen deze eventuele oneffenheden na inlijsting niet zichtbaar zijn.

In 1967 tekende cartograaf F. W. Michels deze gekleurde panoramische kaart van de Zaanstreek, met daarop de aanduiding van alle belangrijke gebouwen. De Coentunnelweg is er nog in aanleg op aangegeven, evenals de nieuwe wijken van Zaandam, zoals Peldersveld, Hoornseveld en Kogerveld. De kaart werd uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Honig in Koog aan de Zaan. Amsterdammer Fredericus Wilhelmus (‘Ricus’) Michels (1906-1975) was stuurman op de Holland-Afrikalijn en ging later aan de slag in het boekhandelsvak. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij actief in het verzet, en vervalste identiteitsbewijzen. Na de oorlog trad hij in dienst bij een uitgeverij en maakte hij ontwerpen voor de kartografische uitgaven; later verrichtte hij ook tekenwerk als kartograaf. In 1956 ging hij als zelfstandig tekenaar verder en illustreerde boeken, schreef reisgidsen, verzorgde bibliofiele uitgaven, en maakte tal van illustraties.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De Zaan, die zich in trage bochten door het drassige Zaanse land kronkelt, mag met recht de levensader van het industriegebied, dat de Zaanstreek geworden is, genoemd worden. Langs de Zaan bouwde men molens, huizen en fabrieken. Zo ontstond het voor de Zaankanters zo vertrouwde silhouet van hun streek: hoge silo’s en fabrieksgebouwen, met daartussen een enkele overgebleven molen en de in het typisch ‘Zaans Groen’ geschilderde houten huizen. Voor een cartograaf een boeiende opdracht om dit gebied in kaart te brengen, te meer omdat in dit geval die opdracht een panoramische kaart betrof, waarin aan ieder markant punt afzonderlijk aandacht kon worden besteed.

Het in kaart gebrachte gebied meet van noord naar zuid circa 12,5 km en van oost naar west circa 8, 5 km. Het omvat het gehele grondgebied van de Zaangemeenten Zaandam, Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie, Westzaan en Wormer en gedeeltelijk het grondgebied van de gemeenten Assendelft (de dorps bebouwing van Krommenie tot Zaandammerpad), Jisp (met de gehele dorpsbebouwing), Wijde Wormer en Oostzaan (het dorp van Kerkbuurt tot Heul). Voorts omvat de kaart delen van het westelijk havengebied van Amsterdam, van de Houtrakpolder met Ruygoord, van de Uitgeesterbroekpolder inclusief het Vroonmeer, van het zuidelijk deel van de Woud-, Marker-, en Stammeerpolders en een hoek van de Beemster.

De kaart is geconcipieerd met het westen aan de bovenzijde. Noord is dus rechts, zuid is links en oost de benedenzijde. Op deze wijze komen de oevers van de Zaan met hun bebouwing beter tot hun recht dan bij de normale kaartstand met het noorden boven. Omdat het grootste deel van de bebouwing zich op de westelijke oever van de Zaan bevindt, is niet het oosten maar het westen als bovenzijde voor de kaart gekozen. Dit hield tevens in dat de ‘Provincialeweg’ en de spoorlijn voor het oog achter de bebouwde kommen lopen, een logische afsluiting, met de stationsgebouwen meer van voren gezien.

In grote lijnen ziet de kaart er als volgt uit: Op de voorgrond van links naar rechts: Coentunnel; dorp en polder Oostzaan; een deel van de Wijde Wormer; de polder Wormer, Jisp en Neck, met het uitgestrekte waterrijke natuurreservaat rond de Merken en de Baanakkers; in het midden van links naar rechts: de bochtige Zaan, van Achtersluispolder tot voorbij Knollendam; meer op de achtergrond van links naar rechts: de opgespoten terreinen in de grote IJ polder; de akkers van de Houtrakpolder. Ten noorden van het Noordzeekanaal de wijde velden van de Westzaner, de Assendelver, de Uitgeester polder en de Krommenieër-Woudpolder, met daarin de dorpen Westzaan, Assendelft en Krommeniedijk en de meer stedelijke kom van Krommenie.
Een panoramische kaan vertoont twee hoofdbestanddelen: 1. de kaart zelf, dus het tweedimensionale, horizontale vlak; 2. driedimensionaal ingevoegde objecten, die men te samen de ‘stoffering’ van de kaart zou kunnen noemen. Het formaat van de tekening werd zodanig gekozen, dat het verkende gebied kon worden opgenomen op de schaal I : 15.000. Dit houdt in, dat 1000 min de werkelijkheid overeenkomen met 66,7 mm op de kaart ( 1.000.000: 15.000 mm). Zoals nog zal blijken kan de exacte topografische gesteldheid in een panoramische kaart niet worden bewaard. Het was immers de bedoeling bepaalde elementen een sterker accent te geven, op overeenkomstige wijze als in autokaarten sommige wegen bij voorbeeld vele malen te breed worden getekend. Om de structuur van het landschap -het ‘oude land’, ontginningen, droogmakerijen, de dijken daaromheen -goed te doen uitkomen is veel zorg besteed aan sloten, tochten en vaarten. De ‘stoffering’ is geenszins op dezelfde schaal getekend als de kaart zelf. Dit zou ook niet mogelijk zijn. De rond 60 m hoge gashouder van Zaandam zou bij voorbeeld op de schaal van 1:15.000 niet meer dan 4 mm hoog mogen worden. Voor een huis van 5 à 7,5 m hoog zou dat neerkomen op 1/3 à 1/2 mm en voor de niet veel meer dan manshoge muren van vele gebouwtjes en boerderijen op hoogstens een streepdikte Voor de cartograaf is dit het belangrijkste probleem bij de vervaardiging van een panoramische kaart op betrekkelijk kleine schaal -een probleem dat, zodra opgelost, een ware kettingreactie van andere problemen teweegbrengt. Men gaat, uiteraard, ‘hoger’ tekenen. Maar om niet al te vreemde, in de hoogte uitgerekte beelden te krijgen, zal men tevens iets willen verbreden. Dit heeft echter tot gevolg dat de huizen langs een straat meer ruimte vergen dan die straat lang mag zijn. Wanneer die huizen er op zich zelf niet zoveel toe doen kan in veel gevallen de oplossing gevonden worden in het korter samenvatten van huizengroepen. De kaart blijft dan in dit opzicht intact. Maar veelal was het essentieel om juist alle bebouwing zo gedetailleerd en zo groot mogelijk weer te geven. Dat was bij voorbeeld het geval bij de Zaanse Schans, de Gortershoek en bij sommige grote fabrieken. In zulke gevallen zat er niets anders op dan een straat te verlengen, een bocht wijder om te buigen, met andere woorden de kaart plaatselijk te vervormen. Bovendien gaat men door huizen en gebouwen hoger te tekenen de straten achter die bouwwerken bedekken.

Ditzelfde geldt ook voor een water als de Zaan. Deze zou, vooral in de nauwere gedeelten (Zaandam, Wormerveer) goeddeels worden bedekt door de hoge gebouwen op de naar de beschouwer toegekeerde oever. Men moet die gebouwen dus niet op de rand van het water tekenen, maar -zonder dat het opvalt- een eindje ervan af. Dit heeft echter weer nieuwe problemen tot gevolg. Zo moet de weg vóór die gebouwen langs, de Oostzijde bij voorbeeld, verder van het water komen te liggen dan in feite het geval is. Bovendien zou de Zaan te smal lijken in vergelijking met de te boog getekende gebouwen. Er zat dus niets anders op dan de Zaan flink te verbreden. Zo ontstonden er dus in de kaart plaatselijk tal van vervormingen, die echter niet onmiddellijk als vervorming mochten opvallen en geleidelijk, maar toch zo snel mogelijk, weer moesten overgaan in het kaartpatroon op de juiste schaal.

Deze werkwijze brengt met zich mee, dat door de tekenaar een subjectief element in de kaart wordt gebracht, een niet-constante schaal met name. Dit heeft tot gevolg gehad dat op de kaart de werkelijkheid niet in alle details exact kan worden nagemeten. Waar het hier bepaald niet een kaart voor artilleristische doeleinden betreft, lijkt dat niet zo bezwaarlijk. Bovendien is de kaart over het geheel genomen wel degelijk op schaal 1:15.000 nameetbaar. Als basismateriaal voor de vervaardiging van de kaart hebben dienst gedaan de officiële topografische kaarten van rijk, provincie en gemeenten op schalen 1:5.000, 1:10.000 en 1:25.000. Het bleek echter meermalen nodig door meten en schatten deze basiskaarten aan te vullen. Aanleg van wegen, verkeerspleinen, bruggen, viaducten vindt plaats in een sneller tempo dan de topografische diensten vermogen bij te houden.
In het in kaart te brengen gebied werden verkenningen verricht op autoritten van in totaal ruim 3000 km. In de bebouwde kommen werd de auto geparkeerd en werd verder gewerkt op voettochten van in totaal enkele honderden kilometers. Ook buiten de bebouwde kommen werd veel gewandeld en bovendien geroeid, onder meer om het natuurreservaat bij Jisp en een aantal uitsluitend langs het water te bereiken molens te bezoeken, benevens een aantal houtwerven in het Westzijderveld. Ten slotte is er nog een vliegtocht over het gebied ondernomen. De belangstelling tijdens deze verkenningen ging in het algemeen uit naar bebouwing en landschap en in het bijzonder naar:
1. Typisch Zaanse gebouwen, als huizen, molens, boerderijen, boerenschuren, kerken, ‘vermaningen’, enz.
2. De karakteristiek van de oude buurten en nieuwere woonwijken.
3. Opvallende gebouwen als watertorens, ziekenhuizen, scholen, stations enz.
4· De Zaanse industrieën en industriecomplexen.
5. Onderscheidingen in het open veld, zoals wei-en hooilanden, akkers, bosjes, parken, sportvelden, bebouwde en kale wegen, enz.
6. Het verkeer te land en te water.
Bovendien werd getracht zoveel mogelijk de oude benaming van sloten en stukken land te achterhalen.
Vrijwel alles wat er van het bovengenoemde langs de Zaanse straten en wegen te zien is, werd óf geschetst zoals het zich schuin van boven en vanuit het oosten gezien voordoet, óf in de basiskaarten zelf met symbooltjes en/of kleurtjes schematisch aangeduid. De vele kleine krabbels namen 150 schetsboekbladen in beslag. Tijdens de verkenningstochten werden rond 325 grote en kleine industriecomplexen en nog eens ruim 300 bijzondere gebouwen geobserveerd. Behalve in de vorm van schetsen werden de resultaten van de verkenningen vastgelegd in geschreven notities. Er werd vrijwel geen gebruik gemaakt van luchtfoto’s. Het komt maar zelden voor, dat lucht-foto’s de objecten vanuit de gewenste hoek tonen. Bovendien zijn juist de details, die men op de grond dikwijls als het meest markant ervaart, op luchtfoto’s vaak slecht herkenbaar, of zelfs volkomen onzichtbaar, verborgen achter muren, andere objecten, onder bomen enz. Een en ander leidt er toe, dat verificatie noodzakelijk wordt en dat stempelt de luchtfoto in het algemeen tot een overbodige weelde.

De laatste verkenningstochten werden ondernomen in december 1966, dat wil zeggen toen de definitieve kaarttekening bijna gereed was. Wat toen aan nieuwe bouwwerken als huizen, verkeerspleinen, bruggen, viaducten te zien was is zoveel mogelijk weergegeven in de staat waarin ze bij die gelegenheid werden aangetroffen. In de kaart is dit aangegeven door de vermelding ‘in aanleg’ of ‘in aanbouw’ of ook wel door het intekenen van een bouwkraan of een dragline. De kaarttekening is op papier en eerst in potlood opgezet. Daarna zijn de honderden namen en aanduidingen definitief ingeschreven. Bij de vermelding van weg-en straatnamen is zodanig te werk gegaan, dat de meest karakteristieke namen een plaats kregen. Volledigheid lag hier vanzelfsprekend buiten het bereik van de mogelijkheden. De doorgaande verkeerswegen te land zijn kenbaar gemaakt door het afbeelden van voertuigen. Spoorlijnen met enkel en dubbel spoor zijn van elkaar onderscheiden. Vaarwaters, havens en loswallen zijn verlevendigd met het soort vaartuigen dat men er verwachten kan-zeeschepen, coasters, binnenschepen, pleziervaartuigen enz. Aan een zeilbootje, alsook aan vlaggen hier en daar (bij Honig N.v. bij voorbeeld) is te zien dat er een zuidelijke wind waait. De vogelrijkdom is aangegeven door het afbeelden van een veertigtal vogels die in de Zaanstreek veel voorkomen.
Nadat de kaart definitief in zwarte lijnen was getekend is de kaarttekening ‘gereproduceerd’, dat wil zeggen langs fotografische weg door de z.c.r. Hooyschuur en Jaspers te Zaandam op film gezet. Hiervan vervaardigde kopieën zijn vervolgens zodanig bewerkt dat er drukplaten van konden worden verkregen voor het drukken van de kaart in acht kleuren offset door Meijer Wormerveer N.v. In deze acht kleuren is het zwart voor tekening en beschrifting begrepen. De overige zeven kleuren zijn langs experimentele weg zodanig gekozen, dat door menging van zes ervan de volledige schakering van tinten kon worden bereikt, die de kaart te zien geeft.

De panoramische kaart van de Zaanstreek is het resultaat van ruim een jaar intensieve arbeid van de cartograaf F. W. Michels, die ieder markant punt schetste, terwijl zijn vrouw bijzonderheden noteerde. Voor het vak van cartograaf bestaat nauwelijks enige opleiding in Nederland. Wel is er de zware studie voor landmeetkundig ingenieur, maar dat impliceert niet, dat een ‘landmeter’ qualitate qua ook cartograaf zou zijn. De belangstelling van de heer Michels voor cartografie werd gewekt en verdiept gedurende de tijd dat hij als stuurman ter koopvaardij voer. Daarna volgde in de oorlogsjaren een periode als boekhandelaar en vervolgens tot 19p, als journalist. In laatst genoemd jaar trad de heer Michels toe als medewerker van een uitgeverij die zich specialiseerde in atlassen voor Indonesië en de Arabische landen. Verkenningsreizen naar deze landen resulteerden onder meer in een atlas van de Islam. Sinds tien jaar is de heer Michels, die tot 1965 bestuurslid was van de cartografische sectie van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, als zelfstandig cartograaf werkzaam. Behalve cartografisch werk voor atlassen, boeken en tijdschriften kwamen in deze tien jaren onder meer tot stand een panoramische kaart ‘Rotterdam -1958 -Europoort’, de kaart ‘Panorama der Nederlanden’ en de panoramische kaart van de Zaanstreek’. Het karakter van deze panoramische kaarten is uniek. Zij eisen namelijk van de cartograaf behalve een grote mate van vakmanschap ook een niet geringe artisticiteit.

Op 9 mei 1967 herdacht Honig N.V. het 10-jarig bestaan van de bedrijven te Koog aan de Zaan. Als onderdeel van de eeuwfeestviering liet het bedrijf deze panoramische kaart van de Zaanstreek vervaardigen. De Vereniging Pro Juventute Zaanstreek kreeg van Honig N.V. het recht deze kaart uit te geven, om mogelijk te maken uit de baten een Adviesbureau voor Ouders en Jongeren op te richten. Wat houdt dit plan van Pro Juventute in? Vanouds is de taak van Pro Juventute het verlenen van hulp aan ouders en kinderen bij opvoedingsmoeilijkheden. Aanvankelijk op vrijwillige basis en sinds 1922 ook op wettelijke basis: de wettelijke ondertoezichtstelling of zgn. gezinsvoogdij. Dit laatste is zó omvangrijk, dat de hulpverlening op vrijwillige basis -dus door ouders of jongeren zélf gevraagd- op de achtergrond raakte. Nu blijkt dat de laatste jaren steeds meer ouders en jongeren de weg naar Pro Juventute weten te vinden. Omdat ook andere instellingen in toenemende mate behoefte voelen aan deze vorm van specifieke hulpverlening, streeft Pro Juventute Zaanstreek naar de oprichting van een adviesbureau voor ouders en jongeren. Het doel van dit adviesbureau zal zijn:
1. Het verlenen van hulp aan ouders en aan opgroeiende jeugd bij problemen op de weg naar volwassenheid.
2. Het geven van adviezen aan derden (maatschappelijke werkers, artsen, predikanten e.a.), die in hun werk met problemen rondom de opvoeding van het kind te maken hebben.
3. Het geven van informatie op het terrein van de kinderbescherming of het verwijzen naar andere instellingen.

Pro Juventute Zaanstreek hoopt met de oprichting van dit bureau vele jongeren tot een wezenlijke steun te kunnen zijn.